Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen (2025)
Verlenging Geldigheid
In 2019 is de klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës door het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO) gepubliceerd. In 2024 heeft het KIMO onderzoek uitgevoerd naar de noodzaak tot herziening. Op basis van de uitkomsten is vastgesteld dat de richtlijn Wortelcariës nog eens 5 jaar van kracht kan zijn (tenzij er onverwachte ontwikkelingen zijn die eerdere herziening noodzakelijk maken). Versie 2025 van deze richtlijn zal vanaf juni 2030 opnieuw moeten onderzocht op de noodzaak tot herziening. De versie van 2025 is ongewijzigd ten opzichte van de versie van 2019.
Zie ook: Colofon.
Richtlijn samenvatting
Richtlijn samenvatting
KPR Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen
1. Verantwoording
+Deze klinische praktijkrichtlijn (KPR) gaat over de preventie en de behandeling van wortelcariës (ook wel cervicale cariës genoemd) bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen.
De KPR is bedoeld voor tandartsen, tandartsspecialisten en mondhygiënisten. Ook andere (mond)zorgverleners kunnen er hun voordeel mee doen.
De richtlijn is ontwikkeld op initiatief van het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO) door een Richtlijn Ontwikkel Commissie (ROC) onder voorzitterschap van Em. prof. dr. C. de Baat, voormalig hoogleraar gerodontologie.
2. Inleiding
+Veel kwetsbare ouderen hebben een matige tot slechte mondgezondheid. Bij opname in een woonzorgcentrum is dit bij meer dan 80 procent van de patiënten het geval. Wortelcariës is daarbij een veel voorkomende aandoening; het risico bij ouderen is verhoogd omdat de cervicale delen van gebitselementen vaak zijn geëxposeerd door trauma van de gingiva, of door parodontitis of een parodontale behandeling.
3. Uitgangsvragen
+Voor deze richtlijn zijn vijf uitgangsvragen benoemd, verdeeld over risicobeoordeling en behandeling. De verkorte vragen en de daaruit volgende aanbevelingen staan hieronder genoemd en zijn gericht op ouderen, met specifieke aandacht voor kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen.
Uitgangsvraag 1a. Op basis van welke risicofactoren voor wortelcariës moeten periodieke mondonderzoeken bij ouderen elkaar sneller opvolgen?
Aanbevelingen:
Als er sprake is van wortelcariës of van verslechtering van de mondhygiëne, van polyfarmacie en/of hyposialie-inducerende medicatie, wordt aanbevolen het tijdsinterval tussen periodieke mondonderzoeken te verkleinen. Het interval is afhankelijk van de algemene conditie van de patiënt en andere risicofactoren, maar duurt ten hoogste zes maanden.
Uitgangsvraag 1b. Welke medicamenten vergroten het risico op hyposialie en daarmee op wortelcariës bij ouderen, en welk beleid wordt daarbij aanbevolen?
Aanbevelingen:
Het verdient aanbeveling te beschikken over een actueel medicatieoverzicht van de apotheek en bedacht te zijn op door medicatie geïnduceerde hyposialie. Het gaat hierbij om bepaalde soorten medicamenten (zie tabel 1.) en om polyfarmacie.
Bij twijfel over de aanwezigheid van hyposialie kan de behandelaar de speekselsecretiesnelheid in rust en na stimulatie bepalen. Bij hyposialie als gevolg van medicatie kan de behandelaar overleggen met de voorschrijver en de betrokken apotheker of de medicatie eventueel aangepast kan worden.
Tabel 1. In Nederland geregistreerde medicamenten waarvoor bewijs bestaat dat ze de bijwerking van een verminderde functie van de speekselklieren hebben
| Medicamentgroep | Medicament |
| Bisfosfonaten | Alendroninezuur |
| Tricyclische antidepressiva | Amitriptyline |
| Anti-aritmica | Atropine |
| Antihypertensiva | Clonidine |
| Antidepressiva (selectieve serotonine heropnameremmers) |
Fluoxetine Paroxetine Sertraline |
| Diuretica | Furosemide |
| Middelen bij urine-incontinentie | Oxybutynine Solifenacine Tolterodine Darifenacine |
| Anti-emetica | Scopolamine |
| Sympathicolytica | Metoprolol |
Uitgangsvraag 1c. Bij welke anamnestische en/of klinische bevindingen is radio-logisch onderzoek geïndiceerd om voor de orale functie belangrijke gebitselementen te kunnen behouden?
Aanbevelingen:
Visuele en tactiele inspectie wordt aanbevolen als eerste optie voor diagnostiek. Als op basis hiervan voor de eerste keer actieve wortelcariës wordt vastgesteld, wordt radiologisch onderzoek door middel van bitewings aanbevolen om de approximale gebitsvlakken te beoordelen.
Bij een historie van wortelcariës wordt aanbevolen het tijdsinterval van radiologisch onderzoek door middel van bitewings te verkleinen, ook als er bij visuele en tactiele inspectie geen (actieve) wortelcariës waargenomen wordt.
Uitgangsvraag 2a. Welke preventieve middelen en maatregelen worden geadviseerd om wortelcariës te voorkomen en voor de functie belangrijke gebitselementen te behouden?
Aanbevelingen:
Het wordt aanbevolen om ouderen met wortelcariës tandpasta met 5.000 ppm fluoride voor te schrijven met de instructie deze bij het tandenpoetsen een- of tweemaal daags te gebruiken. Als dit onvoldoende effect heeft of onvoldoende haalbaar is, wordt als extra maatregel aanbevolen professioneel een vernis of vloeistof met een grote concentratie fluoride (gebruikelijk is 5% NaF (22.600 ppm fluoride)) aan te brengen op alle geëxposeerde worteloppervlakken.
Bij polyfarmacie en/of hyposialie-inducerende medicatie kan een- of tweemaal daags tandenpoetsen met tandpasta met 5.000 ppm fluoride worden overwogen.
Uitgangsvraag 2b. In welk stadium en hoe dient wortelcariës restauratief behandeld te worden, rekening houdend met de algemene conditie van de patiënt?
Aanbevelingen:
Aanbevolen wordt om wortelcariës zo lang als verantwoord is, niet-restauratief te behandelen, met intensieve preventieve zelfzorg en eventueel professionele preventieve zorg.
Het moment waarop besloten wordt tot restauratief behandelen hangt af van:
- het risico op ernstige schade,
- de geconstateerde of verwachte onvoldoende effectiviteit van de niet-restauratieve benadering en
- de belastbaarheid van de patiënt.
Het wordt aanbevolen niet al het centraal gelegen aangetast weefsel te verwijderen als er een risico bestaat op expositie van de pulpakamer en/of het pulpakanaal. Ook wordt aanbevolen gebruik te maken van een restauratiemateriaal dat naar verwachting een goede retentie en randaansluiting oplevert. Wanneer ter plaatse sprake is van contaminatie met vocht, heeft glasionomeercement de voorkeur als restauratiemateriaal.
5. Adviezen over preventie
+Voor basisadviezen ter preventie van wortelcariës wordt verwezen naar de adviezen van Ivoren Kruis.
Voor adviezen ten aanzien van mondzorg in woonzorgcentra, wordt verwezen naar de Richtlijn mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten in verpleeghuizen,
6. Volledige richtlijn
+De volledige klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës bij (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen vindt u op https://www.hetkimo.nl/richtlijnen/wortelcaries-bij-ouderen/introductie/
Patiënteninformatie
Patiënteninformatie
1. Wat is het?
+Bij het ouder worden trekt het tandvlees zich soms terug. Daardoor komen de wortels van tanden en kiezen bloot te liggen. Het tandvlees kan zich ook terugtrekken door bijvoorbeeld tandvleesontsteking (parodontitis) of te hard poetsen.
Omdat de glazuurlaag op die plek ontbreekt, ontstaan er eerder gaatjes (wortelcariës). Gaatjes ontstaan door de aanwezigheid van tandplak, een nauwelijks zichtbaar laagje van bacteriën en eiwitten uit het speeksel. Tandplak treedt op bij gebrekkige mondhygiëne, bijvoorbeeld te weinig of niet goed poetsen, of als u de ruimtes tussen de tanden en kiezen niet schoonmaakt met een tandenstoker of ragertje .
Een andere oorzaak van het ontstaan van wortelcariës is een tekort aan speeksel. Bijvoorbeeld als u veel verschillende medicijnen gebruikt of wordt bestraald in het gebied van de mond.
2. Wat zijn de klachten?
+Bij wortelcariës zijn er maar zelden pijnklachten. Het blootliggende deel van de wortel kan wel verkleuren. Meestal ziet uw tandarts tijdens de controle van uw gebit dat u wortelcariës heeft of kan krijgen. Het is dus van belang dat u uw gebit regelmatig laat controleren.
3. Hoe is het verloop?
+Wortelcariës verloopt meestal geleidelijk, maar het kan ook heel snel gaan. Tandplak tast de tand of kies aan. Beginnende gaatjes zijn uiteraard klein. Maar als er niets gebeurt, kan wortelcariës uiteindelijk leiden tot breuk en verlies van tanden of kiezen.
4. Hoe wordt uitgezocht wat u heeft?
+Het is van belang dat u regelmatig naar de tandarts gaat. De tandarts beoordeelt of er sprake is van wortelcariës en of een behandeling noodzakelijk is. Een behandeling met fluoride en verwijdering van de tandplak is het beste. Het worteloppervlak verhardt daardoor en de wortelcariës stopt. Alleen als het echt niet anders kan, zal de tandarts overgaan tot een andere behandeling.
5. Wat moet u niet doen?
+Als u ouder wordt, kan het zijn dat u ongemerkt uw gebit minder goed verzorgt. Dit kan leiden tot wortelcariës. Het is daarom extra van belang dat u regelmatig naar de tandarts blijft gaan voor controle. U kunt ook anderen vragen om u te helpen, bijvoorbeeld mantelzorgers, of medewerkers van de thuiszorg of het verpleeghuis. Verder kan het helpen als u niet te veel medicijnen gebruikt. Vraag uw huisarts daarom regelmatig of alle medicijnen die u krijgt nog wel nodig zijn.
6. Wat kunt u zelf doen?
+Allereerst is het van belang om goed uw tanden te blijven poetsen, bij voorkeur tweemaal per dag. Verder is het nodig dat u regelmatig naar de tandarts gaat. Daarnaast is het belangrijk om het tijdig in te zien als de zorg voor uzelf lastiger wordt. Het is dan zaak tijdig hulp te accepteren, bijvoorbeeld van mantelzorgers of zorgverleners. Als u te lang doorgaat met onvoldoende mondzorg, worden de problemen groter.
7. Wat is de behandeling?
+De tandarts zal waarschijnlijk beginnen met het aanbrengen van fluoride. Of de tandarts ook anders gaat behandelen, bijvoorbeeld met een vulling in de wortel, hangt af van de situatie. U kunt daarover natuurlijk met uw tandarts overleggen.
Daarnaast kan het zinvol zijn om te poetsen met een tandpasta met een hoge dosis fluoride die alleen op recept verkrijgbaar is. Uw tandarts kan u daarbij adviseren.
8. Hoe kunt u het krijgen?
+Wortelcariës kan optreden door aanwezigheid van tandplak en een gebrekkige mondhygiëne Gebruik van bepaalde medicijnen en bestraling kunnen ook van invloed zijn.
9. Hoe is de zorg georganiseerd?
+De tandarts heeft een leidende rol bij het vaststellen en de behandeling van wortelcariës. Een mondhygiënist kan een ondersteunde rol spelen, bijvoorbeeld door met u te bespreken hoe u de mond het beste kunt schoonmaken en u hierbij te ondersteunen. De kosten van deze zorg worden niet vergoed uit de basisverzekering. Alleen mensen met een aanvullende tandartsverzekering krijgen de kosten voor deze zorg (deels) vergoed.
10. Wat zijn de gevolgen voor het dagelijks leven?
+In de eerste fasen van wortelcariës zijn er weinig gevolgen voor het dagelijks leven. Er kan wel verkleuring optreden van de wortels van tanden of kiezen. Als de cariës niet wordt behandeld, dan kan de tand of kies uiteindelijk afbreken.
11. Wilt u naast deze informatie meer weten?
+Op www.ivorenkruis.nl, www.allesoverhetgebit.nl en www.demondnietvergeten.nl vindt u veel informatie over het voorkomen van wortelcariës.
De website van het Kennisinstituut Mondzorg biedt actuele informatie over richtlijnen voor tandartsen en andere mondzorgverleners: www.hetkimo.nl
Gerelateerde richtlijnen
Richtlijn Ontwikkel Commissie
Richtlijn Ontwikkel Commissie
Leden Richtlijn Ontwikkel Commissie
+- Prof. dr. C. de Baat, voormalig hoogleraar gerodontologie, Radboudumc, Nijmegen (voorzitter).
- Drs. M.K. Tuut, epidemioloog/richtlijnmethodoloog, PROVA, Varsseveld, (secretaris).
- De heer J. Benedictus, programmamanager eerstelijnszorg Patiëntenfederatie Nederland.
- Dr. C.D. van der Maarel-Wierink, tandarts-geriatrie, Amstelveen en Amsterdam, namens NVGd en KNMT.
- Drs. M. Parunovac, tandarts-algemeen practicus en tandarts-geriatrie, Amsterdam, namens ANT.
- K.H. Jorritsma, mondhygiënist, Haarlem, namens NVvP.
- Dr. V.R.Y. Hollaar, mondhygiënist/docent mondzorgkunde, HAN, Nijmegen, namens NVM-mondhygiënisten.
- Prof. dr. M.C.D.N.J.M. Huysmans, hoogleraar cariologie en endodontologie, Radboudumc Nijmegen, namens de gezamenlijke academische tandheelkundige opleidingen.
Leden Klankbordgroep
+- Drs. L.B.G.M. Tinsel, adviserend tandarts Zorgverzekeraars Nederland.
- M. van Oordt, hoofd belangenbehartiging Unie KBO.
- Drs. K. Parisius, docent Mondzorgkunde Inholland Amsterdam, coördinator leerlijn EvidenceBased Practice en bachelorthesis.
- F. Verweij, docent Mondzorgkunde Hogeschool Utrecht, Project Mondzorg voor Ouderen.
- Drs. T. Wijzenbeek, tandarts, docent Mondzorgkunde Hogeschool Inholland Amsterdam.
- Dr. H.C. Willems, klinisch geriater AMC, namens Vereniging Medisch Tandheelkundige Interactie (VMTI).
Colofon
Colofon
In 2019 is de klinische praktijkrichtlijn Wortelcariës door het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO) gepubliceerd. In 2024 heeft het KIMO onderzoek uitgevoerd naar de noodzaak tot herziening. Op basis van de uitkomsten is vastgesteld dat de richtlijn Wortelcariës nog eens 5 jaar van kracht kan zijn (tenzij er onverwachte ontwikkelingen zijn die eerdere herziening noodzakelijk maken). Versie 2025 van deze richtlijn zal vanaf juni 2030 opnieuw moeten onderzocht op de noodzaak tot herziening. De versie van 2025 is ongewijzigd ten opzichte van de versie van 2019.
Het besluit tot verlenging van de richtlijn Wortelcariës is:
- Vastgesteld door het KIMO-bestuur op 28 februari 2025;
- Goedgekeurd door de raad van toezicht KIMO op 04 juni 2025.
Documenten:
Copyright
Het KIMO is een geregistreerde handelsnaam en een geregistreerd beeldmerk van Stichting Kennisinstituut Mondzorg. Stichting Kennisinstituut Mondzorg is houder van de auteurs- en databankrechten op alle onderdelen van deze site, zoals teksten, illustraties, lay-out, data en techniek. Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Stichting Kennisinstituut Mondzorg is verveelvoudigen, openbaar maken, opvragen en/of hergebruiken, anders dan voor eigen gebruik overeenkomstig de gebruiksvoorwaarden van Stichting Kennisinstituut Mondzorg, niet toegestaan.