Indicatiestelling van intra-oraal en panoramisch röntgenologisch onderzoek in de mondzorg (2026)
Algemene principes röntgenologisch onderzoek
Uitgangsvraag
-Wat zijn de randvoorwaarden voor het indiceren en optimaliseren van röntgenologisch onderzoek?
Stralingsrisico
+De biologische effecten van straling omvatten twee belangrijke aspecten: stochastische effecten, die mogelijke toekomstige schadelijke effecten op het lichaam en weefsel omvatten, en weefselreacties (deterministische effecten), die direct gerelateerd zijn aan de dosis straling die het weefsel ontvangt. Stochastische effecten hebben betrekking op het potentiële risico op kanker en zijn willekeurig van aard, terwijl weefselreacties optreden wanneer de dosis straling een bepaalde drempel overschrijdt, resulterend in bijvoorbeeld staarvorming of huidletsels. Het is belangrijk op te merken dat sommige cellen mutaties kunnen ondergaan zonder kanker te veroorzaken, omdat cellulaire herstelmechanismen de kans op kanker aanzienlijk verminderen. De waarschijnlijkheid van stochastische effecten neemt toe met de toegepaste dosis, terwijl de ernst van kanker niet afhangt van de dosis. Weefselreacties zijn gezien de daarvoor benodigde hoge stralingsdosis onder normale omstandigheden niet aan de orde in de tandheelkundige röntgendiagnostiek.
De International Commission on Radiological Protection (ICRP) heeft 3 basisprincipes voor stralingsbescherming opgesteld: rechtvaardiging, optimalisatie en dosis limitering.13 De ICRP is een onafhankelijke internationale organisatie die in het algemeen belang de wetenschap van stralingsbescherming bevordert, met name door aanbevelingen en richtlijnen te geven over alle aspecten van bescherming tegen ioniserende straling.
De klinische praktijkrichtlijn ‘Indicatiestelling van intra-oraal en panoramisch röntgenologisch onderzoek in de mondzorg’ is bedoeld om het eerste basisprincipe, rechtvaardiging, voor tandheelkundig röntgenologisch onderzoek zo goed als mogelijk wetenschappelijk te onderbouwen.
Rechtvaardiging
+Het rechtvaardigen van medische toepassingen van straling omvat de overweging van medische, beroepsmatige en publieke blootstelling. Het proces omvat het beoordelen of de voordelen van een röntgenologische procedure opwegen tegen de schade, inclusief stralingsnadeel.
De schade kan worden uitgesplitst in stochastische stralingseffecten, financiële gevolgen (de kosten van röntgenopnamen en diagnostiek) en mogelijke fout-positieve en fout-negatieve diagnosen leidend tot onterecht wel of niet behandelen.
Bij rechtvaardiging van medische blootstelling wordt afgewogen of het gebruik van straling meer goed dan schade doet. Bij deze rechtvaardiging wordt informatie gebruikt uit het voorafgaande klinisch onderzoek van de patiënt. Het klinisch onderzoek is dus altijd voorwaardelijk aan de rechtvaardiging van röntgenologische diagnostiek. Als het klinisch onderzoek onvoldoende informatie oplevert om de diagnostische vraag te beantwoorden kan mogelijk röntgenologisch onderzoek van aanvullende waarde zijn. De reden van de rechtvaardiging dient volgens de wetgever ook in het patiëntendossier te worden vermeld (zie ook KNMT richtlijn patiëntendossier 2019 & Praktijkrichtlijn Radiologie in de Mondzorgpraktijk (KNMT).14
De rechtvaardiging voor röntgenologisch onderzoek mag vanwege de potentiële schade slechts door een BIG-geregistreerd mondzorgverlener worden gemaakt binnen het competentiedomein.
Als vuistregel voor de rechtvaardiging van röntgenologische opnamen kan de volgende overweging worden gehanteerd: Heeft de voorgenomen röntgenologische opname in potentie invloed op de (voorgenomen) behandeling of het beleid bij deze patiënt? Als deze vraag met ‘’ja’’ kan worden beantwoord dan is er zeer waarschijnlijk een rechtvaardiging voor een röntgenologische opname. Als de vraag met ‘’nee’’ kan worden beantwoord is er geen rechtvaardiging.
Uiteraard geldt altijd dat alvorens nieuwe röntgenologische opnamen worden gemaakt, eerst moet worden beoordeeld of de reeds aanwezige opnamen in het dossier van de patiënt niet al de gewenste aanvullende informatie geven.
Röntgenologische screening van asymptomatische patiënten is wettelijk verboden. In de tandheelkunde zijn er twee situaties die als screening kunnen worden gezien maar waarvoor voldoende wetenschappelijke onderbouwing is om toch een rechtvaardiging voor röntgenonderzoek te doen ontstaan. Dit betreft cariësdiagnostiek middels intra-orale bitewings (zie deze richtlijn) en onderzoek 3e ondermolaar rond de leeftijd van 17 jaar (zie KIMO richtlijn “Derde molaar”). Alle overige vormen van röntgenologische screening, bijvoorbeeld de panoramische opname bij nieuwe patiënten in de praktijk of diezelfde opname op specifieke leeftijden of met bepaalde frequentie, zijn niet toegestaan.
In algemene zin geldt dat tijdens het literatuuronderzoek voor deze richtlijn geen bewijs gevonden is voor het toepassen van panoramische röntgenologische opnamen voor andere doeleinden dan in de deze richtlijn opgenomen (implantologie / orthodontie /verwijdering 3e ondermolaar). In de meeste situaties genieten intra-orale opname(n) de voorkeur vanwege hogere diagnostische kwaliteit en lagere stralingsbelasting.
Rechtvaardiging bij zwangere patiënten
+Bij tandheelkundige blootstellingen van zwangere patiënten is de stralingsdosis naar de foetus laag vanwege de aanzienlijke afstand tussen de bron van verstrooide straling (het hoofd van de patiënt) en de foetus. Er is beperkt onderzoek naar de dosis die de foetus ontvangt bij tandheelkundige blootstellingen. De dosis naar de foetus bij intra-orale en panoramische röntgenologische opnamen is vergelijkbaar met de dosis van één dag of minder aan achtergrondstraling.15 Daarom, als het onderzoek medisch gerechtvaardigd is, is er geen noodzaak om een tandheelkundig röntgenonderzoek uit te stellen tot na de zwangerschap. Ook is afscherming van het buikgebied (middels bijvoorbeeld een loodschort) niet nodig.16 Het Besluit Basisveiligheidsnormen Stralingsbescherming (BBS; Kernenergiewet) vermeldt dat er niet meer naar zwangerschap gevraagd hoeft te worden indien de radiologische procedure geen invloed heeft op de zwangerschap of borstvoeding. Dit is het geval voor tandheelkundige röntgenopnamen. Niettemin is het verstandig dat mondzorgverleners aandacht hebben voor de zorgen van de patiënt en indien door de patiënte gewenst overwegen of röntgenologisch onderzoek kan worden uitgesteld tot na de zwangerschap.
Rechtvaardiging bij kinderen
+De rechtvaardiging van röntgenologisch onderzoek bij kinderen verdient extra aandacht omdat kinderen gevoeliger zijn voor straling om drie redenen:
- Hogere stralingsgevoeligheid door actievere weefselproliferatie;
- Langere levensverwachting, wat leidt tot een verhoogde kans op (late) manifestatie van straling geïnduceerde kankers;
- Hogere effectieve dosis dan volwassenen voor een identieke reeks blootstellingsparameters, vanwege een kleinere lichaamsgrootte.
Deze richtlijn geeft daar waar van toepassing specifieke aanbevelingen voor rechtvaardiging van röntgenonderzoek bij kinderen.
Optimalisatie
+Het optimaliseren van bescherming en veiligheid is een proces dat streeft naar het minimaliseren van zowel de waarschijnlijkheid als de omvang van stralingsblootstellingen. Voor medische blootstellingen van patiënten betekent optimalisatie het beheersen van de stralingsdosis voor de patiënt in lijn met het medische doel. Bij diagnostische medische blootstelling houdt dit in dat de blootstelling van patiënten wordt geminimaliseerd tot het noodzakelijke minimum om het gewenste diagnostische doel te bereiken. Dit wordt in het acroniem ALADAIP (As Low As Diagnostically Acceptable being Indication-oriented and Patient-specific) verwoord.17 Hieruit volgt ook dat een te lage stralingsdosis net zo nadelig kan zijn als een te hoge stralingsdosis, omdat dit kan resulteren in beelden van onvoldoende diagnostische kwaliteit. Daarnaast geldt dat bijvoorbeeld gebruik moet worden gemaakt van de collimatiemogelijkheden die een toestel voor panoramaopnamen heeft, zoals de halfzijdige opname of de dentale panorama-opname (beeld alleen het dentale gebied af, zonder de opstijgende tak van de onderkaak en kaakgewrichten).
Deze richtlijn betreft de rechtvaardiging van tandheelkundig röntgenologisch onderzoek en slechts in beperkte mate de optimalisatie. Daarvoor verwijst de richtlijnontwikkelcommissie naar de Praktijkrichtlijn Radiologie in de Mondzorgpraktijk (KNMT) waarin dit onderwerp veel uitgebreider wordt behandeld.
Toch zijn er wel enkele aan rechtvaardiging gelieerde optimalisatie praktijken die de commissie in dit hoofdstuk aanbeveelt:
Aanbevelingen
+- Röntgenologisch onderzoek is altijd aanvullend aan anamnese en klinisch onderzoek. Er is rechtvaardiging voor röntgenologisch onderzoek als dit potentieel het (behandel)beleid beïnvloedt.
- Ondanks dat een röntgenologische opname is vervaardigd met een bepaalde rechtvaardiging (doel) dient het volledige beeld te worden beoordeeld op mogelijke andere voor de patiënt relevante bevindingen. Indien noodzakelijke expertise voor de beoordeling van het volledige beeld buiten het deskundigheidsgebied valt, dient aanvullende expertise te worden ingewonnen.
- Als er al bestaande röntgenologische opnamen beschikbaar zijn waarop de gewenste diagnostiek kan worden gedaan, dan adviseert de ROC deze te gebruiken.
- In een verwijssituatie: de mondzorgverlener die de patiënt via verwijzing accepteert stelt de rechtvaardiging en maakt de röntgenologische opname(n) die voor die behandeling relevant zijn. Dat wil zeggen dat de verwijzend mondzorgverlener de indicatiestelling en het maken van mogelijk relevante opnamen in principe niet zelf doet.
- Gemaakte röntgenologische opnamen worden (na toestemming van patiënt) in principe uitgewisseld tussen mondzorgverleners zodat overmaken van elders al vervaardigde röntgenologische opnamen niet nodig is.
- Indien op een intra-orale opname de gevonden afwijking niet volledig in beeld kan worden gebracht, kan aanvullende beeldvorming geïndiceerd zijn om een volledig beeld van de afwijking te krijgen, alvorens tot behandeling wordt besloten.
- ALADAIP bij röntgenopnamen: kies de meest geëigende röntgenopname en beeld alleen het gebied af waarvoor rechtvaardiging bestaat.
Bijlagen
Hieronder vindt u een overzicht van alle bijlagen horende bij de KPR Klinische praktijkrichtlijn Indicatiestelling van intra-oraal en panoramisch röntgenologisch onderzoek in de mondzorg (2026)
- Bijlage 1 • Implementatieplan
- Bijlage 2 • Kennislacunes
- Bijlage 3 • Patiënteninformatie
- Bijlage 4 • Literatuursearches
- Bijlage 5 • Literatuurselectie
- Bijlage 6 • Tabellen met studiekarakteristieken
- Bijlage 7 • GRADE Evidence Profiles
- Bijlage 8 • Literatuur
- Bijlage 9 • Belangenverklaringen richtlijnontwikkelcommissie
Richtlijn samenvatting
Richtlijn samenvatting
Doelgroep
+De richtlijn is gericht op de algemene poliklinisch uitgevoerde mondzorg. Doelgroep van deze richtlijn zijn BIG-geregistreerde mondzorgverleners die röntgenologische opnamen mogen indiceren. De doelpopulatie van deze richtlijn zijn alle mensen die deze mondzorgverleners bezoeken.
Begrippenlijst
+Screening: proces van systematisch controleren van patiënten op mondgezondheidsproblemen zonder dat er eerdere aanwijzingen (bijv. klachten of eerder vastgelegde problematiek) voor dergelijke mondgezondheidsproblemen zijn.
Diagnostiek: proces van identificeren en vaststellen van mondgezondheidsproblemen en aandoeningen bij patiënten.
Behandeling: procedure of therapie die wordt uitgevoerd om de mondgezondheid te verbeteren, mondgezondheidsproblemen te verhelpen en esthetiek van het gebit te herstellen.
Follow-up: proces van systematisch volgen van veranderingen, verbeteringen of verslechteringen, van de mondgezondheidssituatie van patiënten na een interventie.
Mondzorgverleners: verlener van tandheelkundige zorg die volgens wet BIG zelfstandig bevoegd is tot de voorbehouden handeling van het toepassen van ioniserende straling.
Bitewing: een type tandheelkundige röntgenfoto dat wordt gebruikt om de kroon en een deel van de wortel van de elementen af te beelden. Bitewing röntgenfoto’s worden vooral gebruikt voor het opsporen van cariës tussen de elementen of onder restauraties en het detecteren van botverlies. Overal waar ‘bitewing’ genoemd staat in deze richtlijn, wordt een horizontale bitewing bedoeld, tenzij expliciet vermeld staat dat het om een verticale bitewing gaat.
Algemene principes van röntgenologisch onderzoek
+• Röntgenologisch onderzoek is altijd aanvullend aan klinisch onderzoek en is gerechtvaardigd als dit potentieel het (behandel)beleid beïnvloedt.
• Beoordeel altijd het volledige beeld.
• Maak geen nieuwe opnamen als er geschikte opnamen beschikbaar zijn.
• Bij verwijzing: de verwijzer laat het maken van röntgenopname(n) in de context van de verwijzing over aan de mondzorgverlener die de verwijzing accepteert.
• Wissel röntgenologische opnamen (na toestemming van patiënt) uit tussen mondzorgverleners, zodat opnieuw maken van recent gemaakte opnamen niet nodig is.
• Aanvullende beeldvorming kan geïndiceerd zijn als de gevonden afwijking op een intra-orale opname niet volledig in beeld kan worden gebracht.
• Bij panoramische röntgenologische opnamen: kies altijd de best bij de diagnostische vraag aansluitende röntgenopname en beeld alleen het gebied af waarvoor rechtvaardiging bestaat.
Cariës
+Screening
Intra-orale bitewings vanaf 4-6 jaar, als approximale vlakken niet visueel te beoordelen zijn:
• Eens per jaar bij verhoogd cariësrisico, in uitzonderingsgevallen eens per half jaar,
• Eens per 2 jaar bij gemiddeld cariësrisico,
• Eens per 3 tot 5 jaar bij verlaagd cariësrisico.
Diagnostiek
Overweeg intra-orale bitewings bij vermoeden op (approximale) cariës, of voor beoordeling
uitgebreidheid cariës.
Diagnostiek bij kinderen: zie richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen – Diagnostiek.
Diagnostiek wortelcariës bij ouderen: zie richtlijn Wortelcariës bij ouderen.
Behandeling
Gebruik beeldvorming die in screenings- of diagnostische fase is gemaakt.
Follow-up
Voor follow-up, zie screening.
Parodontologie
+Screening
NVvP richtlijn Parodontologie in de algemene praktijk is leidend – geen screenend röntgenologisch onderzoek.
Diagnostiek
Bepaal type beeldvormend onderzoek o.b.v. klinische kenmerken; crestale botniveaus moeten zichtbaar worden op röntgenbeeld.
Horizontale bitewings voor diagnostiek van initieel alveolair botverlies.
Verticale bitewings vanaf matige parodontale afbraak en beginnende furcatielaesies.
Peri-apicale opnamen bij endodontisch behandelde elementen of vermoeden op endo-/paro-endoproblematiek en ten behoeve van parodontale classificatie.
Behandeling
Gebruik beeldvorming die in diagnostische fase is gemaakt.
Follow-up
Intra-orale röntgenologische opnamen bij klinisch vastgestelde progressie van parodontitis (bijv. toename pocketdiepte en/of klinisch aanhechtingsverlies >2 mm) én als de uitkomst van de beeldvorming de behandelstrategie potentieel verandert.
Endodontologie
+Screening
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Diagnostiek
Peri-apicale opname bij vermoeden endodontische problematiek in blijvende dentitie.
Peri-apicale opname ten behoeve van fisteltracing bij aanwezigheid fistel.
Intra-orale bitewing bij vermoeden endodontische problematiek in melkmolaren.
Peri-apicale opname bij vermoeden endodontische problematiek in een-wortelige melkelementen.
Behandeling
Gebruik diagnostische opnamen: peri-apicale opname(n) voor inschatting anatomie/wortelkanalen. Elektronische lengtebepaling heeft de voorkeur voor lengtebepaling wortel (tenzij open apex of vitale pulpa).
Peri-apicale opname(n) met hoofd/vulstift(en) voor controle evt. extra kanalen en volgen anatomie.
Peri-apicale opname voor beoordeling eindresultaat.
Bij melkelementen: meestal geen indicatie voor röntgenologische opnamen tijdens behandeling.
Follow-up
Peri-apicale opname na een jaar, vervolgbeleid indien laesie niet verdwenen. Daarna geen verdere röntgenologische follow-up (tenzij trauma).
Melkdentitie: follow up middels periodieke bitewings bij cariësscreening.
Implantologie
+Screening
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Diagnostiek
Klinisch onderzoek en (dentale) panorama-opname en/of peri-apicale opname.
Bij voldoende botvolume en afstand tot anatomische structuren: géén CBCT noodzakelijk.
Behandeling
Intra-orale röntgenologische opname tijdens chirurgie bij onvoldoende zekerheid over positie implantaat ten opzichte van omliggende structuren.
Intra-orale röntgenologische opname direct na chirurgie voor beoordeling situatie, tenzij klinisch goed te beoordelen.
Geen röntgenologisch onderzoek bij ongestoorde wondgenezing.
Intra-orale opname voor beoordeling botniveau en controle aansluiting prothetische componenten.
Follow-up
Intra-orale opname direct of in ieder geval binnen een half jaar voor controle botniveau en aansluiting prothetische componenten.
Intra-orale opname een jaar na plaatsing suprastructuur voor bepaling botombouw.
Voor diagnostiek, preventie en behandeling peri-implantaire aandoeningen: zie richtlijn Peri Implantaire Ontstekingen.
Restauraties (direct en indirect)
+Screening
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Diagnostiek
Bitewing alleen als klinisch onderzoek geen sluitende diagnostiek geeft.
Behandeling
Alleen bij klinisch niet goed te beoordelen vermoeden slechte randaansluiting danwel achtergebleven cement-/lijmresten.
Follow-up
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Kaakgewrichts-klachten
+Screening
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Diagnostiek
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Behandeling
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek in de eerste lijn. Indien onvoldoende behandelresultaat: Overweeg verwijzing naar tweede lijn/gedifferentieerd behandelaar voor nadere diagnostiek en behandeling.
Follow-up
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Pijnklachten
+Screening
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Diagnostiek
Afhankelijk van oorzaak pijnklacht, zie betreffende hoofdstuk.
Bij vermoeden niet-dentogene oorzaak: overweeg verwijzing.
Bij onbekende oorzaak: geen beeldvorming.
Behandeling
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek.
Follow-up
Geen indicatie voor beeldvormend onderzoek
Orthodontie
+Zie Richtlijn Orthodontische Radiologie.
Derde Molaar
+Zie Richtlijn Derde Molaar.
Patiënteninformatie
Patiënteninformatie
Wat is een röntgenfoto?
+Een röntgenfoto is een foto van je tanden en kiezen. De tandarts maakt deze foto met röntgenstraling. Op de foto kan de tandarts je bot, tanden en kiezen goed zien. Zo kan hij of zij kijken of alles in orde is.
Wie mogen röntgenfoto’s maken?
+De tandarts, kaakchirurg of orthodontist beslist of een röntgenfoto wordt gemaakt. Zij mogen dit laten doen door een mondhygiënist of assistent, als deze goed is opgeleid en bekwaam is. De tandarts, kaakchirurg of orthodontist blijft eindverantwoordelijk.
Wanneer is een röntgenfoto nodig?
+Een röntgenfoto is soms nodig om te kijken of je gaatjes hebt, of je tandvlees gezond is, of voor een wortelkanaalbehandeling. Ook kan het nodig zijn bij het plaatsen van implantaten. De tandarts maakt een röntgenfoto als hij of zij niet genoeg kan zien door alleen in je mond te kijken. Vrijwel altijd kan dit met een kleine foto. Een grote foto is bijna nooit nodig.
Wanneer is een röntgenfoto niet nodig?
+Soms kan de tandarts genoeg zien door alleen in je mond te kijken. Dan is een röntgenfoto niet nodig.
Heeft een röntgenfoto nadelen?
+Bij het maken van een röntgenfoto komt een beetje straling vrij. Dit is een klein risico voor je gezondheid. De straling is vergelijkbaar met een half uur vliegen in een vliegtuig. Een röntgenfoto kost ook geld. Daarom maakt de tandarts alleen een röntgenfoto als het echt nodig is.
Wat kunt u zelf doen?
+Het is belangrijk dat je toestemming geeft aan je tandarts om röntgenfoto’s door te sturen naar een andere tandarts als dat nodig is. Zo hoeven de foto’s niet opnieuw gemaakt te worden. Dit scheelt straling en kosten.
Hoe zit het met de kosten?
+De kosten voor röntgenfoto’s in de mond voor kinderen tot 18 jaar worden vergoed door de basisverzekering, behalve voor beugels. Voor grote foto’s moet de tandarts toestemming vragen aan de zorgverzekeraar. Voor volwassenen worden röntgenfoto’s alleen vergoed als je een tandartsverzekering hebt.
Richtlijn Ontwikkel Commissie
Richtlijn Ontwikkel Commissie
ROC
+Leden van de Richtlijn Ontwikkel Commissie:
- Prof. dr. Erwin Berkhout (ACTA), voorzitter
- Dr. Mariska Tuut, richtlijnmethodoloog/secretaris
- Dr. Nina Molenaar, klinisch epidemioloog
- Drs. Bart Polder, lid namens NVOI en NVDMFR
- Dr. Adelina Plachokova, lid namens NVvP en Radboudumc
- Drs. Thijs Janssen, lid namens KNMT
- Dr. ir. Raymond Sladek, lid namens NVKF
- Dr. Marlies Elfrink, lid namens NVvK
- Drs. Jan Benedictus, lid namens Patiëntenfederatie Nederland
- Drs. Renato Rigutto, lid namens College Adviserend Tandartsen (ZN)
- Mireille Soffner MSc, lid namens NVvE
- Drs. Wendy van Nassau, lid namens NVTS
- Drs. Laura Roetink, lid namens KNMT
Klankbordgroep
+Leden van de klankbordgroep:
- Casper Coppen MSc, lid namens NVMKA
- Deborah de Jong-Soeteman MSc, namens NVM-Mondhygiënisten
- Dr. Reinder Kuitert, namens NVvO
- Annet Nan MEd, namens Inholland Mondzorgkunde
- Drs. Leander Pieters, namens HU Mondzorgkunde
- Frédérique San Giorgi MSc, namens NWVT
- Chantal van Vliet MSc, namens ACTA
- Dr. Thomas van de Winkel, namens VMTI
Colofon
Colofon
In 2023 is gestart met de ontwikkeling van de klinische praktijkrichtlijn Indicatiestelling van intra-oraal en panoramisch röntgenologisch onderzoek in de mondzorg door het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). De opleverversie (2025) van deze richtlijn zal vanaf september 2030 opnieuw moeten onderzocht op de noodzaak tot herziening.
De richtlijn is:
- Vastgesteld door het KIMO-bestuur op 28 februari 2025.
- Goedgekeurd door de raad van toezicht KIMO op 04 juni 2025.
- Algemeen verbindend verklaard door de FTWV op 10 juni 2025.
- Algemeen verbindend verklaard door de KNMT op 16 april 2026.
Copyright
Het KIMO is een geregistreerde handelsnaam en een geregistreerd beeldmerk van Stichting Kennisinstituut Mondzorg. Stichting Kennisinstituut Mondzorg is houder van de auteurs- en databankrechten op alle onderdelen van deze site, zoals teksten, illustraties, lay-out, data en techniek. Zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Stichting Kennisinstituut Mondzorg is verveelvoudigen, openbaar maken, opvragen en/of hergebruiken, anders dan voor eigen gebruik overeenkomstig de gebruiksvoorwaarden van Stichting Kennisinstituut Mondzorg, niet toegestaan.