Richtlijn

2024 Xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatie en polyfarmacie (2021)

Communicatie

Uitgangsvraag 3. Communicatie

+

Voor welke medicamenten wordt aanbevolen bij voorschrijven/leveren te wijzen op de mogelijke bijwerking xerostomie en/of hyposialie, zodat bijvoorbeeld (preventieve) maatregelen tegen xerostomie en/of hyposialie genomen kunnen worden?

Aanbeveling

+

Patiënten die medicatie gebruiken die geassocieerd is met xerostomie en/of hyposialie (zie module 1) hebben een vergroot risico op xerostomie en/of hyposialie en daarmee samenhangende consequenties voor de mondgezondheid.
Het verdient aanbeveling deze patiënten te informeren over de relatie tussen xerostomie/hyposialie en de mondgezondheid en over de mogelijkheden van preventieve maatregelen.
Tandartsen en mondhygiënisten informeren deze patiënten hierover:

  • Bij tekenen van erosie en/of cariës
  • Bij evaluatie van het medicatieoverzicht in het patiëntendossier.

Ook de voorschrijver en de apotheker kunnen deze patiënten hierover informeren, zodat deze patiënten bij klachten over xerostomie hun tandarts kunnen consulteren.
Het verdient aanbeveling een (digitale) informatiebrief ter ondersteuning van deze voorlichting aan deze patiënten te verstrekken.

Overwegingen

De ROC is van mening dat patiënten op de hoogte moeten worden gebracht van de bijwerking xerostomie/hyposialie en de gevolgen daarvan, wanneer zij medicamenten gebruiken:

  • Waarvan bekend is dat die een relatie hebben met xerostomie en/of hyposialie (zie module 1);
  • En die zij lang (chronisch) gebruiken.

Dit geldt in principe voor alle medicament(groep)en die in module 1a genoemd zijn en bij polyfarmacie (zie module 1b).De ROC veronderstelt dat veel patiënten niet op de hoogte zijn van de consequenties van xerostomie/hyposialie voor de mondgezondheid en de levenskwaliteit en dat veel patiënten zich niet realiseren dat hun tandarts en mondhygiënist hierbij ondersteuning kunnen bieden. Het is derhalve van belang dit aan gebruikers van medicatie die is geassocieerd met xerostomie en/of hyposialie te melden.
Tandartsen en mondhygiënisten hebben de taak hun patiënten te informeren over bijwerkingen van medicatie die geassocieerd is met xerostomie en/of hyposialie als een patiënt medicatie gebruikt die is genoemd in module 1a en/of als er bij deze patiënt sprake is van polyfarmacie. Dit geldt:

  • Bij het constateren van tekenen van cariës en/of erosie op die vlakken van de gebitselementen die gewoonlijk niet snel worden aangetast (cervicale regio, gladde vlakken). De tandarts of mondhygiënist kan dan preventieve maatregelen inzetten (zie module 2).
  • Bij beoordeling van het medicatieoverzicht in het patiëntendossier. De tandarts of mondhygiënist kan de patiënt dan informeren en adviseren.

Om de aanbevelingen in deze module goed te kunnen implementeren, is het nodig dat tandartsen en mondhygiënisten op de hoogte zijn van de actueel door hun patiënten gebruikte medicatie. Een actueel medicatieoverzicht, dat door de patiënt kan worden verkregen bij de apotheek, en dat met de mondzorgverlener wordt geverifieerd, kan hiervoor gebruikt worden. Idealiter hebben tandartsen inzage in het patiëntendossier en het medicatieoverzicht via het Landelijk Schakel Punt. Ook dan moeten tandartsen en mondhygiënisten het actuele medicatiegebruik met hun patiënten verifiëren. Toegang tot het Landelijk Schakel Punt is voor tandartsen op dit moment nog niet, maar in de toekomst wel mogelijk. De ROC adviseert mondzorgpraktijken zich aan te sluiten bij het Landelijk Schakel Punt zodra dit mogelijk is. Naast de door een apotheek geleverde medicamenten kan een patiënt ook medicatie met een negatieve invloed op de mondgezondheid bij een drogist of een andere winkelier hebben gekocht (bijvoorbeeld sint-janskruid, protonpompremmers of NSAIDs). Het is belangrijk ook deze medicatie in kaart te brengen (1).

De ROC is van mening dat informatie over bijwerkingen ook bij levering en voorschrijven van medicamenten die een relatie hebben met xerostomie en/of hyposialie zou moeten plaatsvinden. Apothekers zijn immers gewend patiënten uitleg te geven over medicatie en bovendien hebben apothekers een totaaloverzicht van de medicatie die door een patiënt wordt gebruikt. Ook voorschrijvers – huisartsen en medisch specialisten – zouden een rol kunnen hebben in de voorlichting van patiënten over de bijwerking xerostomie/hyposialie en in de verwijzing van patiënten naar hun tandarts om dit probleem te bespreken.

Deze vraag sluit aan op module 1 van deze KPR. Hierin staat beschreven bij gebruik van welke medicamenten tandartsen en mondhygiënisten alert moeten zijn op xerostomie en/of hyposialie. Als onderbouwing worden de resultaten van module 1 van deze KPR gebruikt.

Literatuurlijst

1.        Vissink A, de Baat C, Brinkman DJ, Roggen W, Stegenga B, Spijkervet FKL. [Medicaments and oral healthcare. Mechanisms of interaction between medicaments]. Ned Tijdschr Tandheelkd. 2019;126(1):31-6. Epub 2019/01/14. doi: 10.5177/ntvt.2019.01.18218. PubMed PMID: 30636263.