Richtlijn

2024 Mondzorg voor Jeugdigen • Preventie en behandeling van cariës

Organisatie van zorg

Uitgangsvraag 4: Organisatie van zorg

+

Hoe dient mondzorg voor jeugdigen georganiseerd te worden?

Uitwerking in PICO
Voor deze vraag is geen PICO geformuleerd.

Deelvragen:
1. Hoe kunnen kinderen die niet regelmatig gezien worden door een mondzorgverlener, worden bereikt?
2. Wat is het beleid als de mondhygiëne van het kind herhaaldelijk niet verbetert?

Aanbevelingen

+
  • Overweeg om samenwerking te zoeken met andere ketenpartners, zoals de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), om via dit netwerk ouders van kinderen te bereiken die geen mondzorgverlener bezoeken.
  • Als het Advies Cariëspreventie onvoldoende wordt opgevolgd en herhaaldelijke motiverende gesprekken en training niet de gewenste verbetering opleveren, overweeg dan om het kind te verwijzen naar een mondzorgverlener met affiniteit met kinderen of naar de Jeugdgezondheidszorg (JGZ).

Bereiken van kinderen die geen mondzorgpraktijk bezoeken

Een kind en zijn/haar ouders/verzorgers kunnen het beste worden gezien door een mondzorgverlener vóór of bij doorbraak van de eerste tanden van het kind De mondzorgverlener kan de ouders/verzorgers begeleiden bij het poetsen van de eerste tanden, informeren over tandpasta met de juiste hoeveelheid fluoride, en over eet- en drinkgewoonten. Kinderen die niet of (te) laat een mondzorgpraktijk bezoeken hebben een verhoogd risico op verminderde mondgezondheid. Het is voor mondzorgverleners lastig om ouders te adviseren om tijdig met het kind de mondzorgpraktijk te bezoeken, wanneer de ouders of verzorgers zelf niet onder behandeling zijn van een mondzorgverlener. Ouders die zelf (tijdelijk) niet onder behandeling zijn van een mondzorgverlener, zullen via andere kanalen moeten worden bereikt.

De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) houdt zich onder andere bezig met de primaire preventie van gezondheidsproblemen bij kinderen. Zorgverleners van een consultatiebureau van de JGZ zien kinderen normaliter vanaf twee weken na de geboorte en regelmatig in het eerste levensjaar. Zij bereiken ongeveer 98% van de kinderen. Zij zijn daarom een interessante en belangrijke partner om het bezoek van de mondzorgverlener vóór of bij de doorbraak van de eerste tanden te stimuleren. De lokale GGD heeft een overzicht waar consultatiebureaus gevestigd zijn en deze informatie is ook te vinden op de overzichtskaart van JGZ (https://www.ncj.nl/themadossiers/vernieuwing/locaties/?cat=1&prov=0&gclid=Cj0KCQjwoaz3BRDnARIsAF1RfLdbTRTa_fJ1dCc3_9dIVnrtreqXHE_whutEHEd5BKybnRzFDCYAgkQaAvAwEALw_wcB). Aanbevolen wordt contact te zoeken met een consultatiebureau in de regio, om te kijken of er kan worden samengewerkt. Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen kunnen bij uitstek ouders adviseren om tijdig een mondverzorger te bezoeken vanuit hun preventietaak en hun eigen Handleiding Mondgezondheid in combinatie met het grote bereik van de JGZ.

Er zijn verschillende initiatieven waarin een samenwerking tussen mondzorgverleners en de Jeugdgezondheidszorg wordt onderzocht. In het onderzoek Gezonde Peutermonden wordt een mondhygiënist op het consultatiebureau gedetacheerd die tijdens reguliere consultatiebureaubezoeken een geïndividualiseerd preventief mondzorgprogramma aanbiedt aan ouders van baby’s en peuters vanaf 6 maanden. In het onderzoek GigaGaaf verwijzen consultatiebureaus alle ouders met kinderen van zes maanden en ouder door naar een mondzorgverlener. (UMCG, 2020) In Arnhem is recentelijk een proef gestart waarin de GGD voorlichting aanbiedt aan ouders met kinderen in de schoolleeftijd op de consultatiebureaus. Ouders worden in gesprekken gewezen op het belang van controle van het gebit voor de (mond)gezondheid van hun kind.

Doorverwijzing

Motiverende gesprekstechniek kan bijdragen om kinderen en ouders/verzorgers een gezonde mondhygiëne en leefstijl aan te leren. Wanneer ondanks herhaaldelijke pogingen en intensivering van de motiverende gesprekstechnieken, geen verbetering optreedt in het poets- en/of eetgedrag van het kind, kan overwogen worden om het kind door te verwijzen naar een mondverzorger met affiniteit met het behandelen van kinderen en preventieve tandheelkunde.

Het is ook mogelijk om, met toestemming van de ouders/verzorgers en/of het kind, te verwijzen naar de JGZ. Dit geldt voor kinderen van alle leeftijden. Het ondersteunen van ouders/verzorgers op weg naar een preventieve gezonde leefstijl is de kerntaak van de JGZ. Zorgverleners van de JGZ hebben vaak een beeld van de thuissituatie van het kind, zoals inzicht in financiën, structuur en opvoedingsklimaat, zaken die gerelateerd zijn aan ontwikkeling van cariës (Duijster, 2014). Medewerkers van de JGZ kunnen daarom meedenken met ouders en kinderen bij het inbouwen van een dagelijkse poetsroutine of bij niet verschijnen op afspraken. Als een kind wordt doorverwezen naar de JGZ, is het belangrijk om de zorgverleners van het consultatiebureau te informeren over het specifieke probleem waarvoor het kind is doorverwezen.

De samenwerking met de JGZ biedt mogelijkheden. Aanbevelingen over poetsroutine en eet- en drinkmomenten zouden ook door de medewerkers van de JGZ kunnen worden gegeven. Wanneer eenzelfde boodschap wordt afgegeven zal deze eerder worden opgevolgd. Geadviseerd wordt om te identificeren welk consultatiebureau er in de regio/wijk is en te verkennen of er kan worden samengewerkt.

Indien er een vermoeden bestaat van verwaarlozing en er voor het kind een onveilige situatie ontstaat als gevolg van verwaarlozing van de mondgezondheid treedt de Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk Geweld in werking (KNMG Meldcode, 2018).

Onderbouwing

Om de uitgangsvraag te kunnen beantwoorden is er niet gezocht naar literatuur omdat de uitgangsvraag logischerwijs niet in een RCT kan worden onderzocht. Deze vraagstelling heeft betrekking op afspraken die tussen zorgverleners gemaakt moeten worden om de zorg voor patiënten zo veilig en effectief mogelijk te maken. Internationale literatuur is niet zonder meer van toepassing op de Nederlandse situatie. Bovendien zal de effectiviteit van verschillende organisatiestructuren enkel relevant zijn, wanneer zij zorg hebben verleend volgens de in deze richtlijn gestelde aanbevelingen. Omdat dit onwaarschijnlijk is, is besloten om geen systematische analyse van de literatuur uit te werken, maar kennis te nemen van bestaande richtlijnen en andere relevante documenten.

Conclusies

Er zijn geen conclusies geformuleerd voor deze vraag.