Richtlijn

2024 Mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen (2021)

uitgangsvraag 4a

Uitgangsvraag 4a

+

Wat is de rol van mondzorgverleners ten opzichte van andere zorgverleners bij de (tandheelkundige) behandeling van aan huis gebonden kwetsbare ouderen?

Uitwerking in PICO
P Behandeling van aan huis gebonden kwetsbare ouderen
I Een rol voor andere zorgverleners en/of mantelzorger
C Geen rol voor andere zorgverleners en/of mantelzorger
O Mondgezondheid, kwaliteit van leven, orale functie, patiënttevredenheid

 

Aanbevelingen

+
  • De mondzorgverlener heeft een centrale aansturende rol ten opzichte van andere zorgverleners voor de uitvoering van het mondzorgplan.
  • Beoordeel voor welke doelen in het mondzorgplan andere zorgverleners betrokken moeten worden. En benoem dit in het mondzorgplan.
    • Werk bij voorkeur samen met zorgverleners die reeds betrokken zijn bij de patiënt.
    • Neem initiatief om een benodigd specialisme bij de zorg te betrekken indien nodig.
  • Bespreek het mondzorgplan met de betrokken zorgverleners die in het mondzorgplan genoemd zijn (zie uitgangsvraag 5).
  • Deel met goedkeuring van de patiënt, of diens wettelijk vertegenwoordiger, het mondzorgplan met de behandelend (huis)arts of andere relevante zorgverlener(s).
  • Neem bij twijfel over de wilsbekwaamheid van de patiënt betreffende de uitvoering van het mondzorgplan contact op met de behandelend (huis)arts (zie uitgangsvraag 4b).

Voor deze vraag was geen literatuur geïdentificeerd die de vraag beantwoordt. Opiniestukken van experts en overzichtsartikelen suggereren dat afstemming en samenwerking van mondzorgverleners met andere zorgverleners van belang is bij het verlenen van mondzorg aan huis voor kwetsbare ouderen (Kossioni, 2018; NICE, 2016)

In sommige situaties is het van belang om andere zorgverleners bij de behandeling te betrekken. De mondzorgverlener heeft een centrale aansturende rol ten opzichte van andere zorgverleners. In welke specifieke situaties afstemming met andere zorgverleners een meerwaarde heeft, kan duidelijk worden wanneer de mondzorgverlener een mondzorgplan opstelt. Een mondzorgplan maakt, indien aanwezig, deel uit van en sluit aan bij het algehele zorgplan.

Bij het opstellen van een mondzorgplan inventariseert de mondzorgverlener de aanwezige problemen in de mond. Per probleem of aandachtspunt wordt er zoveel als mogelijk een SMART doel geformuleerd, dat wil zeggen:

  • Specifiek – De doelstellig is eenduidig. Beschrijf wie, wat, wanneer en waar doet.
  • Meetbaar – Beschrijf hoe het resultaat gemeten of geëvalueerd wordt.
  • Acceptabel – De doelen zijn acceptabel voor de patiënt, mantelzorger of zorgverleners.
  • Realistisch – Beschrijf een doel dat realistisch is.
  • Tijdsgebonden – Beschrijf wanneer het doel behaald moet worden.

De doelen uit het mondzorgplan worden cyclisch geëvalueerd en mogelijk aangepast. De recall termijn waarop dit moet gebeuren wordt door de mondzorgverlener bepaald en vastgelegd in het mondzorgplan.

Tevens wordt per probleem of aandachtspunt beschreven welke personen betrokken moeten worden om het beoogde doel te behalen. Mogelijke betrokkenen zijn:

  • Andere mondzorgverleners uit de eerste, tweede en derde lijn
  • Mantelzorger(s)
  • Behandelend (huis)arts
  • Specialist ouderengeneeskunde
  • (Ouderen)Psychiater
  • Verpleegkundig specialist of Praktijk Ondersteuner Huisarts
  • Wijkverpleegkundige
  • Case manager dementie of Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige
  • Paramedici: zoals logopedist, ergotherapeut, diëtist
  • Psycholoog

Indien andere zorgverleners bij het mondzorgplan betrokken moeten worden, heeft het de voorkeur om te werken met zorgverleners die de patiënt reeds kennen. Daartoe inventariseert de mondzorgverlener welke zorgverleners betrokken zijn en op welk gebied zij betrokken zijn. Bijvoorbeeld wanneer bij een actie die genoemd is in het mondzorgplan een logopedist betrokken moet zijn, is het de aanbeveling dat de mondzorgverlener onderzoekt of er reeds een logopedist betrokken is. Indien dit het geval is, neemt de mondzorgverlener contact op met de desbetreffende logopedist. Wanneer er een zorgverlener bij het mondzorgplan betrokken moet worden die nog niet betrokken is bij de zorg voor de patiënt, neemt de mondzorgverlener het initiatief om deze zorgverlener te betrekken. Daarbij kan het noodzakelijk zijn dat een verwijzing via de behandelend (huis)arts plaatsvindt. Men dient zich ervan bewust te zijn, dat verwijzingen doelmatig moeten zijn. In het geval van verwijzing, neemt de mondzorgverlener of mantelzorger contact op met de behandelend (huis)arts met het verzoek een verwijzing te schrijven voor de betreffende zorgverlener. Steeds meer huisartsen werken met verpleegkundig specialisten (VS) of nurse practioners (NP). Deze zorgverleners, die vaak in dienst zijn van een huisarts, mogen ook zelfstandig verwijzingen schrijven. Het dient de aanbeveling dat de mondzorgverlener, na goedkeuring van de patiënt dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger het mondzorgplan naar de behandelend (huis)arts, VS of NP stuurt. In de NMT-praktijkrichtlijn Horizontale verwijzing (https://www.knmt.nl/praktijkzaken/bijzondere-doelgroepen/ouderen/praktijkwijzer-kwetsbare-ouderen/kwetsbare-ouderen-3 )(2002) staan alle aspecten die van belang zijn voor een zorgvuldige, professioneel verantwoorde en patiëntvriendelijke verwijzing (KNMT is het toenmalig NMT. Ten tijde van de uitgave van de richtlijn was dit NMT).

De mondzorgverlener bespreekt het mondzorgplan met de betrokken zorgverlener, adviseert en stuurt deze indien nodig aan om de acties die nodig zijn adequaat uit te voeren. Een cyclische evaluatie is ook belangrijk wanneer er andere zorgverleners bij betrokken zijn. Gezien de complexiteit van de geriatrische problematiek in relatie tot de mondgezondheid, verdient het de aanbeveling een tandarts de regierol in de mondzorg voor aan huis gebonden kwetsbare ouderen te laten vervullen.

Indien een patiënt niet coöperatief is in de behandeling en er twijfel is over de wilsbekwaamheid kunnen andere zorgverleners worden betrokken om de wilsbekwaamheid te boordelen. Meer informatie over deze beoordeling is beschreven in uitgangsvraag 4b.

Onderbouwing

Literatuursearch en -selectie

De selectiecriteria zijn toegepast op de referenties verkregen uit de zoekactie. In eerste instantie zijn de titel en abstract van de referenties beoordeeld. Hiervan werden tien artikelen geselecteerd die als volledig artikel zijn beoordeeld. Hiervan werd geen referentie gevonden die voldeed aan de inclusiecriteria.

Conclusies

Er zijn geen conclusies geformuleerd voor deze vraag.