Jako Burgers: ‘Een richtlijn laten landen is veel werk’

Volgens Jako Burgers zijn er verschillen tussen de richtlijnen in de mondzorg en de huisartsgeneeskunde, maar vooral veel overeenkomsten. Hij is voorzitter van de nieuwe Begeleidingscommissie Implementatie van KIMO.

Bij het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG), waar de richtlijnontwikkeling een traditie kent van bijna dertig jaar, werken meer mensen aan de implementatie van richtlijnen dan aan de ontwikkeling ervan.

‘Dat klinkt op het eerste gezicht opmerkelijk, maar dat is het toch niet,’ zegt Jako Burgers. Hij is huisarts en hoogleraar en was zes jaar hoofd van de afdeling Richtlijnontwikkeling & Wetenschap van het NHG. Op grond van die ervaring is hij nu voorzitter van de nieuw ingestelde Begeleidingscommissie Implementatie van KIMO.

Verschillen

Zowel in de mondzorg als in de huisartsgeneeskunde is het volgens Burgers van belang dat de motivatie voor richtlijnen van binnenuit komt. ‘Je moet als beroepsbeoefenaar zelf willen werken volgens de laatste wetenschappelijke inzichten, vertaald naar de praktijk. Want dat is wat richtlijnen feitelijk mogelijk maken.’

Flow charts

Vervolgens vraagt het doorvoeren van die richtlijnen dus veel tijd en aandacht. ‘Je moet ze toegankelijk maken, met goede samenvattingen en bijvoorbeeld flow charts. Nascholing over de richtlijnen regelen is noodzakelijk. Zorgverleners moeten soms hun werkwijze aanpassen, en hebben daarbij begeleiding nodig. Enzovoort, enzovoort.’

Jako BurgersVandaar dat er bij de NHG meer mensen aan de implementatie van richtlijnen werken dan aan de ontwikkeling ervan. ‘We hebben in de praktijk ervaren dat dat goed werkt. Een richtlijn maken is al lastig genoeg, maar hem laten landen is nog meer werk.’

Nauw contact met de patiënt is daarbij van groot belang, aldus Jako Burgers, wiens oratie handelde over richtlijnen en persoonsgerichte zorg. ‘Die twee sluiten elkaar niet uit, integendeel. Elke patiënt is uniek, en elk zorgverlener, ook in de mondzorg, moet daarmee rekening houden.’

Goede zorg

De vraag wat goede zorg is, wordt uiteindelijk vooral in de behandelkamer beantwoord. ‘Mondzorgverlener en patiënt kunnen daarom het beste samen de behandeling bespreken. Pas als je de richtlijnen afstemt op de zorg van de individuele patiënt, bewijzen ze hun waarde.’

‘De richtlijn staat aan de basis, van daaruit werk je verder. In de praktijk wordt de richtlijn niet klakkeloos maar weloverwogen toegepast. En juist daarom is het zo belangrijk dat de implementatie ervan de aandacht krijgt die deze nodig heeft.’